Onlangs was ik samen met mijn vriend in Alice Springs op doorreis. Alice Springs ligt midden in de outback van Australië, op een van de meest geïsoleerde plekken ter wereld. De dichtstbijzijnde steden zijn Port Augusta en Darwin, beide liggen op meer dan 1000 km afstand. De temperatuur loopt hier in de zomermaanden makkelijk op tot 45 °C, een broeierige toestand die inwerkt op je gemoed, also known as dessert madness.

Uluru
Veel toeristen combineren Alice Springs met een bezoek aan Uluru (Ayers Rock). Ook wij zijn nieuwsgierig en stappen ‘s ochtends om 6:15 in de tourbus. Uluru betekent grote rots en heeft voor de Anangu, de aboriginalsstam die in dit gebied woont grote religieuze waarde. Voor hen heeft elke groef in de rots een betekenis. Uluru was lang eigendom van de kolonisten die Australië vanaf eind 19e eeuw bevolkten. Ze beschouwden het land als Terra Nullius: land dat aan niemand toebehoort. Pas in 1985 is Uluru teruggegeven aan de oorspronkelijke bewoners.

Lucky us
We zijn in Alice Springs voor het ophalen en retourneren van een camper naar een autoverhuurbedrijf in Cairns. Een chauffeursklus waar wel wat regels aan verbonden zijn. Zo mogen we er bijvoorbeeld maximaal vijf dagen over doen en staat het aantal kilometers vast. Een buitenkansje, omdat het rijden door de outback van Australië hoog op onze bucketlist stond en het huren van een camper best prijzig is. Deze deal daarentegen kost ons maar $1,- per dag aan huur.

A long trip ahead
De reis naar Cairns voert door twee staten: Nothern Territory en Queensland en telt in totaal zo’n 2400 km. De eerste nacht slapen we in Wauchope. Vanuit onze camper kijken we ’s avonds toe hoe een onweersbui ons rakelings passeert. Het is volle maan, maar van het maanlicht blijft weinig over. De volgende dag zijn we vroeg wakker, het is 8 uur als we langs Devils Marbles rijden, een formatie ronde keien die inderdaad een beetje duivels aandoet. Het verhaal gaat dat je je kinderen hier niet uit het oog mag verliezen omdat ze als je even niet oplet, worden meegelokt naar de onderwereld. Het is maar dat het je even weet.

Auw voor onze portemonee
Elke kilometer verder verwijderd van de bewoonde wereld betekent een verhoging van de benzineprijs. Terwijl tijdens onze eerste stop de benzine in een slakkentempo door de slang druppelt, schieten de dollars in onevenredig tempo naar hoogtes waar mijn vriend en ik beiden stil van worden. Back on the road stellen we onze financiële begroting bij. Eén keer hebben we de guts om een petrolstation over te slaan. Onze tank is zo goed als leeg als er eindelijk weer iets van beschaving in zicht komt.

Rhodesian grass
Onze camper rijdt het lekkerst bij een snelheid van 100 km per uur. Erg hard gaat ‘t niet, maar dat is niet erg. In de outback lijkt het alsof de tijd ophoudt met bestaan. Overal om ons heen is ruimte. Wat we ook veel zien is Rhodesian grass. Rhodesian grass is in de jaren 60 uit voormalig Rhodesië (nu Zimbabwe) overgevlogen en uitgezet om voor een stevigere bodem te zorgen. De reden hiervoor was dat het vliegverkeer veel hinder ondervond van zandstormen. Er kleven helaas ook een paar nadelen aan het uitheemse gras. Tijdens bosbranden -een normaal verschijnsel in Australië- is het vuur door de komst van het nieuwe gras moeilijk onder controle te krijgen. En omdat de vezels erg taai en hittebestendig zijn, stijgt de temperatuur tot enorme hoogtes, wat het doodsvonnis inhoudt voor voorheen bosbrandbestendige flora.

Enjoy the silence
Vlak na Tennant Creek ligt Tree Ways. We hebben de weg al in omgekeerde richting afgelegd vanuit Darwin met de Greyhound. Deze keer slaan we af richting het oosten. Direct na de afslag neemt het verkeer in hoeveelheid af. We komen echt bijna niemand meer tegen en het aantal roadhouses is ineens incredibly dun bezaaid. Elke kilometer die we afleggen voelt als een trotsering, alsof we ons een weg banen door no man’s land. De stilte is magisch. Er is alleen het geluid van onze motor, het goudgele gras, het trillen van de lucht, de blauwe hemel en de wolken die voorbij drijven.

Wat een hitte..
Tegen het vallen van de avond zien we een enorme rookpluim aan de horizon verschijnen die komt uit een van de fabrieken van Mount Isa. Het stadje heeft een van de meest productieve lood-, zilver-, koper- en zinkmijnen ter wereld. Met tegenzin overnachten we op een kampeerplaats vlakbij het centrum. De volgende ochtend vervolgen we onze reis richting Cairns. Het is een stuk drukker op de weg. We verlaten Northern Territory en rijden Queensland binnen. Meteen merken we dat de wegen slechter worden. Als ik tijdens het middaguur de camper uitstap, sla ik bijna tegen de grond van de hitte. Het is zo warm dat de wind langs mijn armen schroeit, alsof iemand er een aansteker bij houdt. Australië en Antarctica waren vroeger één continent, you must be joking right?

Op veel plaatsen in de outback staan borden met daarop namen van meren en beken. Maar nergens is ook maar een druppel water te vinden. Ook maken we een paar keer mee dat er kangoeroe vlak voor ons de weg over schiet.

De Stille Oceaan 
Die avond slapen we in Charters Towers onder een boom met enorme vleermuizen. Vanaf Charters Towers is het nog maar 180 km rijden naar de kust. Het is vrijdag als we onze weg vervolgen. Het landschap om ons heen verandert en wordt steeds groener. Wat ook opvalt is dat bomen steeds groter worden naarmate we dichterbij de zee komen. Als we rond het middaguur in Townsville zijn en op het strand staan, geeft dat een enorme kick. Na vier dagen zand en stof is dit zo ongeveer het fijnst denkbare. Azuurblauw water, een prachtig strand en een kop koffie. A killer combination.

Cassowaries
Omdat we hebben gehoord dat het verderop nog mooier is, blijven we niet lang in Townsville. Op minder dan drie uur rijden ligt Mission Beach, een klein dorpje nog bijna helemaal onaangetast door toerisme. De kampeerplek waar we overnachten ligt pal aan het strand. Een paradijselijke plek. Wel annoying is dat er overal borden staan met warning signs voor o.a. krokodillen, kwallen en … cassowaries. Oké, we kunnen het water niet in, jammer, maar wat in godsnaam zijn cassowaries? Het blijkt een kruising te zijn tussen een Emu en een pauw. Maar dan eentje waar je beter bij uit de buurt kunt blijven, want ze kunnen agressief zijn en hebben teennagels in de range van een Hattori Hanzo samoeraizwaard.

De laatste dag. Het stuk naar Cairns. Het links rijden in de bebouwde kom is even wennen. Bij aankomst moeten we tot slot $ 17 dollar bijbetalen voor de 115 kilometer aan extra kilometers die we hebben gemaakt door via Townsville te rijden. En dat was dat. Wat een fantastisch land! I am hooked to Australia for life.

 

 Volgend verhaal: Vakjargon