Hoe zit dat toch met de Groningers en de Friezen? Toen ik 15 jaar geleden vanuit Sneek naar Groningen verhuisde, was ik me er niet bewust van… todat ik hoorde over ‘de vete’. Eerst dacht ik dat het om een grapje ging. Dat het ernst was, werd me duidelijk na het lezen van een gedicht van volksrijmelaar wijlen Driek van Wissen. In de jaren erna ontmoette ik verschillende Groningers die over ‘de vete’ spraken alsof ze zojuist al hun knikkers hadden verloren. 

Oké dan. Ik steek de hand in eigen boezem wat betreft een mogelijke aanleiding. In elke provincie wonen ze namelijk: eigenaardig volk. Friesland biedt onderdak aan de zogenaamde ‘diepfries’, een hardnekkig slag dat verbeten vasthoudt aan het voeren van de Friese taal. En in sommige gevallen ook niet anders kan. Vergeef ze. Ze kunnen het niet helpen. Verder spreekt iedereen in Friesland goed Nederlands en is het best een aardig volkje.

Maar dat kan toch niet de enige oorzaak zijn, dacht ik. Dus ging ik verder met mijn onderzoek.

Ik ontdekte dat er aan ‘de vete’ nog een aantal oorzaken ten grondslag liggen. De Schieringers (woonachtig in het westen) en de Vetkopers (woonachtig in het oosten en stad Groningen) raakten zo’n 6 eeuwen geleden slaags. En hoewel niemand precies weet waar de ruzie ook al weer over ging, wringt het bij veel Groningers blijkbaar nog steeds.

Nog een oorzaak is dat landarbeiders in noordelijke provincies vanaf de negentiende eeuwde lange tijd werden uitgebuit door herenboeren. De grote akkerbouwbedrijven op de klei profiteerden van de hoge graanprijzen tussen 1850 en 1875. Omdat de heersende macht vooral in de stad Groningen zetelde, hadden de Groningers in de Ommelanden het meeste last van deze uitbuiting. De vrije Friezen ontsprongen de dans. Een doorn in het oog van de Groningers.

En nu zijn onze provincies bezig met een fusie. Als dat maar goed gaat. Hoe zit het eigenlijk met de verjaringstermijn voor oude koeien? Misschien kan de Rijdende Rechter een verzoening tot stand brengen.